In april neemt Marc Mittelmeijer afscheid als voorzitter van de Onderwijsregio Rotterdam vo-mbo en als bestuursvoorzitter van CVO Rotterdam. Hij was vanaf het begin betrokken bij de opbouw van de onderwijsregio en speelde een belangrijke rol in het leggen van de basis voor de regionale samenwerking. In dit afscheidsinterview blikt hij terug op wat er tot stand is gekomen, wat samenwerken in de praktijk vraagt en wat hij de regio toewenst.
Tevreden en trots blikt Marc Mittelmeijer terug op zijn voorzitterschap van onze onderwijsregio. “Dankzij het feit dat we de handschoen gezamenlijk hebben opgepakt, is er in onze onderwijsregio al veel van de grond gekomen.” Marc doelt hiermee in de eerste plaats op de samenwerkingscultuur die in de onderwijsregio tot stand is gekomen. Dat is heel goed gelukt, al vond hij het wel een spannend proces.
“Schoolbesturen willen samenwerking op het gebied van HR het liefst aangaan op basis van vrijwilligheid, maar dat was niet het geval doordat de vorming van onderwijsregio’s een initiatief was van het ministerie. Het werd ons dus opgelegd. Als ik terugkijk op het proces, vind ik dat we dat heel goed hebben gedaan. We hebben er tijd en energie in gestoken om elkaar te vinden en om te onderzoeken wat onze eigen intrinsieke motivatie is voor de samenwerking. Resultaat is dat we als onderwijsregio zijn gestart op basis van wat we zelf met de samenwerking willen bereiken.”
We zijn als onderwijsregio gestart op basis van wat we zélf met de samenwerking willen bereiken.”
Een vliegende start
De betrokken partners spraken af dat ze zich gezamenlijk inspannen om hetzelfde doel te bereiken, namelijk: voldoende goed opgeleide en gemotiveerde leraren voor Rotterdam. Om dat te bewerkstelligen is er een programmabureau ingericht, zijn er vier ontwikkellijnen ingezet, zijn er doelen geformuleerd en afspraken gemaakt. “Ik vind het heel mooi dat wij een van de weinige onderwijsregio’s zijn die zo concreet van start zijn gegaan met programma’s en projecten. Nu hadden wij wel een kleine voorsprong, omdat we een goed functionerende opleidingsschool hebben. Er was dus al veel kennis en ervaring op het gebied van samen opleiden. Dat heeft geleid tot een goede inbedding van de opleidingsschool in de onderwijsregio.”
Samenwerken vraagt wat
Er is een goede samenwerking tot stand gekomen, maar samenwerken gaat niet altijd vanzelf, weet Marc. “Het is soms complex, omdat de samenwerkingspartners verschillende perspectieven hebben. Schoolbesturen bijvoorbeeld werken vanuit een werkgeversperspectief en willen van daaruit het lerarentekort aanpakken, terwijl opleidingsinstituten er vanuit hun perspectief vooral in zitten als leverancier van diensten, namelijk het opleiden van leraren. Verder is het soms lastig om in deze tijd van lerarentekorten mensen vrij te maken om te participeren in de projecten en programma’s van de onderwijsregio. Je beschikt dus niet altijd over de capaciteit die je eigenlijk nodig hebt.”
Vertrouwen als fundament
Als voorzitter van de onderwijsregio heeft Marc vaak het belang benadrukt van vertrouwen en solidariteit. Waarom vindt hij dit zulke belangrijke begrippen? “Als het gaat om het functioneren van onderwijsregio moet je erop kunnen vertrouwen dat partners afspraken nakomen, bijvoorbeeld de afspraak dat we allemaal projectleden leveren. Daaruit spreekt ook solidariteit, want je zorgt er zo samen voor dat het werk niet steeds op dezelfde schouders terechtkomt. Ook hebben we bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het HR-beleid: dat besturen niet met elkaar concurreren en geen mensen bij elkaar wegtrekken. Je moet daarvoor vertrouwen in elkaar opbouwen en solidair zijn met elkaar. Dat is echt niet altijd eenvoudig. Zeker als de druk op de arbeidsmarkt nog groter wordt, komt de solidariteit onder spanning te staan.”
Ik hoop dat deze onderwijsregio in toenemende mate een regio zal zijn waar leraren graag willen komen werken.”
Koers houden
Marc hoopt dat de onderwijsregio de cultuur van samenwerken zal vasthouden en de openheid in die samenwerking zal behouden. Ook wenst hij de onderwijsregio voorspelbaarheid toe. “Daarmee bedoel ik dat wordt vastgehouden aan de afgesproken vier ontwikkellijnen” legt hij uit. “Dus dat je er niet bij de eerste de beste tegenvaller van gaat afwijken.”
Hij hoopt dat deze onderwijsregio in toenemende mate een regio zal zijn waar leraren graag willen komen werken en willen blijven werken. En daar heeft Marc alle vertrouwen in. “Het proces van de afgelopen tijd heeft de relaties verstevigd, en die basis is er nu. Ik ben trots op hoe wij hier samenwerken en trots op wat de collega’s allemaal al tot stand hebben gebracht.”

